NL-STEUNMAATREGELEN VOOR ZELFSTANDIGEN – CORONA

STEUNMAATREGELEN VOOR ZELFSTANDIGEN – CORONA

Uitstel van betaling met een jaar van de sociale bijdragen voor de twee eerste kwartalen van het jaar 2020. 

Elk wie geconfronteerd wordt met moeilijkheden om zijn bijdragen op tijd te betalen, omwille van de impact van het coronavirus, zal dit uitstel kunnen verkrijgen, met de dubbele garantie dat de vermeerderingen worden kwijtgescholden op het moment van de effectieve betaling en dat in de tussentijd alle sociale rechten behouden blijven. De zelfstandige behoudt gedurende deze periode dus zijn/haar recht op ziekteverzekering, op verzekering voor werkonbekwaamheid en moederschapsverlof, en op de andere verloven (adoptie, vaderschap, mantelzorg, pleegouderverlof) en het recht op dekking door het overbruggingsrecht wanneer de zelfstandige uiteindelijk moet besluiten zijn activiteit stop te zetten.

Een vrijstelling van sociale bijdragen voor de eerste 2 kwartalen van het jaar 2020.  

Je kan een aanvraag tot vrijstelling van bijdrage indienen bij je sociaal verzekeringsfonds. De dossiers zullen quasi automatisch worden behandeld voor de kwartalen 2020/1 en 2020/2.

Vereenvoudiging van het vervangingsinkomen (overbruggingsrecht) bij onderbreking van de activiteit

De Commissie Sociale Zaken van de Kamer keurde op dinsdag 17 maart het wetsvoorstel voor de crisis-overbruggingsuitkering van minister van Zelfstandigen en KMO’s Denis DUCARME goed.

Voor wie?

Elke zelfstandige die zijn zelfstandige activiteit door de coronacrisis moet onderbreken of zich genoodzaakt ziet zijn zaak te sluiten. De maatregel geldt zowel voor klassieke zelfstandigen, als voor helpers en meewerkende echtgenoten. In tegenstelling tot het klassieke overbruggingsrecht hebben ook startende zelfstandigen, die nog geen 4 kwartalen hebben bijdragen, toegang. Zelfstandigen in bijberoep vallen wel nog steeds buiten de regeling, ook al betalen ze bijdragen zoals in hoofdberoep.

Wat krijg ik? 

Het overbruggingsrecht was er tot hiertoe enkel voor zelfstandigen die hun activiteit voor een maand zouden onderbreken of stopzetten. Dit wordt nu – voor alle vormen van overbruggingsrecht – teruggebracht naar 7 opeenvolgende kalenderdagen. In normale tijden staat een onderbreking van 7 dagen voor een uitkering voor 7 dagen. Nu voorziet het crisisoverbruggingsrecht in maart en april in een volledig maandbedrag (1.291,69euro, (1.614,10 euro bij gezinslast)) voor iedere zelfstandige die gedwongen is zijn of haar activiteit omwille van COVID-19 minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen te onderbreken in die maand.

Is je activiteit opgenomen in de lijst van activeiten die verboden zijn tot en met 3 april 2020 (tijdens de week of in het weekend), dan valt de vereiste van 7 kalenderdagen zelfs weg. Voor deze zelfstandigen is er geen minimumduur van onderbreking voorzien.  

In normale omstandigheden moet je de activiteit voor minstens 7 opeenvolgende dagen onderbreken. Het crisisoverbruggingsrecht biedt ook sommige zelfstandigen die hun activiteit slechts gedeeltelijk onderbreken een volledige uitkering. Deze versoepeling is echter beperkt tot de zelfstandigen die door de overheid verplicht worden om gedeeltelijk te sluiten. Het gaat om restaurants die blijven werken (take away, levering aan huis, traiteur), maar die geen zaaldienst meer kunnen aanbieden. Hetzelfde geldt voor de uitbaters van hotels die hun bar- en restaurantactiviteiten stopzetten, net zoals de handelaars die hun deuren sluiten tijdens het weekend en eender welke activiteit die rechtstreeks geviseerd worden door de sanitaire maatregelen om de verspreiding van het virus te beperken. Klk hier voor het overzicht welke winkels mogen open zijn en welke niet. 

Het crisis-overbruggingsrecht dekt de periode tussen 1 maart 2020 en 30 april 2020, maar deze periode kan worden verlengd als de crisis langer duurt.

Opgelet, de plenaire vergadering van de Kamer moet de wet op donderdag finaal nog goedkeuren

https://www.unizo.be/steunmaatregelen-specifiek-voor-zelfstandigen-coronatijden

DE HEER IDE, HOOFD VAN DE DIENST GERECHTSKOSTEN, ANTWOORDT OP ONZE VRAGEN

Veel van onze leden hebben vragen over hun werk als beëdigd tolk/vertaler. Daarom hebben we op onze algemene vergadering van 26 april, de heer Ide, hoofd van de dienst Gerechtskosten uitgenodigd. Hieronder geeft hij duidelijke antwoorden op sommige van die vragen.

Herziening tarievenbesluit
“Aan het eind van het tarievenbesluit staat een hoopgevend artikeltje  dat zegt dat het tarievenbesluit om de twee jaar geëvalueerd wordt. Dat kan natuurlijk betekenen dat alles goed gaat en dat er niets moet veranderen. Ik kan nu alleen maar zeggen dat het meer zal zijn. We weten niet hoeveel ruimte we hebben, maar we gaan het grondig aanpakken. En we kennen jullie wensen en we hebben ook zelf onze wensen. We gaan proberen jullie tarievenbesluit te herzien, ook al is het maar twee jaar oud, om een aantal correcties door te voeren zodat er duidelijkheid is en geen ruimte meer is voor discussie. En we willen ervoor zorgen dat jullie het gevoel krijgen dat het er eerlijk aan toe gaat.”
“Ik weet dat er veel gevallen zijn waar het voor jullie niet rendabel is om te werken. Ik ben echter geen voorstander van een algemene tarievenverhoging wel van een meer gerichte tarievenverhoging, van gerichte correcties. Maar ik heb er geen idee van hoeveel geld er ter beschikking zal zijn. We vragen geduld want jullie weten dat we in een periode komen dat er geen regering is. En dan kunnen we geen koninklijk besluit nemen. Geef ons de tijd tijdens de regeringsvorming om te kunnen werken, ongestoord door allerlei politieke tussenkomsten, en naar buiten te kunnen komen met iets dat hopelijk de moeite is. Jullie hoeven ons niet meer te overtuigen van het feit dat er aan dat KB verbeteringen moeten worden aangebracht. We gaan daarvoor zorgen, net zoals we -wat onze dienst betreft- ervoor gezorgd hebben dat de vertraging verdwenen is. We hebben daar baat bij want jullie behoren tot de zogenaamde dringende kosten.”

Over de indexering…
“op één januari heb ik zeer snel die indexering op papier gezet. Ondertussen is ze uit de belangstelling verdwenen. Ze zou er heel snel kunnen komen maar ik kan dat niet beloven. Ik moet ook zeggen dat de indexering veel kleiner zal zijn. De inflatie is veel lager dan bij de vorige indexering. Vorige keer hebben jullie een indexering gekregen voor een periode van vier jaar, nu is het er maar voor één jaar maar de indexering komt wel.” (Nvdr: we vernemen uit goede bron dat de indexaanpassing op korte termijn zal doorgevoerd worden)

Een nieuw kwaliteitshandboek…
“Ook komt er een kwaliteitshandboek met nieuwe procedures voor iedereen die er bij betrokken is. Daarin gaan we duidelijk uiteenzetten wat er verwacht wordt. De bedoeling is dat het voor jullie allemaal vlotter en eenvoudiger gaat. We hebben de ambitie om instructies op te leggen aan de diensten op het terrein. Die diensten zullen worden verzameld, één per arrondissement, en die zullen allemaal volgens dezelfde regels werken.”

Over de berekening van de afstanden…
“In jullie tarievenbesluit staat er duidelijk niets meer dan dat de kilometervergoeding is vastgesteld op basis van de reële afstand. Jullie kunnen daartoe één of andere internetapplicatie gebruiken. Wij geven geen voorkeur. De applicaties moeten betrouwbaar zijn. Zit er een verschil op? Wij gaan het niet uitzoeken. Kortom, voor de berekening: zoek de echte afstand op, volg de snelste route. Dat is wat jullie in de praktijk wellicht doen.”

Over de proefprojecten elektronisch factureren
“Er lopen drie proefprojecten. De bedoeling is dat de wetgeving tegelijkertijd in voege treedt over het hele land. Maar de digitale procedure kan enkel ingevoerd worden daar waar ze beschikken over de juiste informatica, de juiste applicatie. Dat zijn vandaag de politierechtbanken en de drie testsites. Alle correctionele rechtbanken moeten nog worden uitgerold.”
“De wet zegt dat de vordering, de goedkeuring en de kostenstaat allemaal elektronisch zullen zijn. Het zal kunnen, maar enkel daar waar er de nodige informatica is. In 20% van de gevallen is dat. 80% van de gevallen is nog altijd op papier tot wanneer die informatica klaar is.”

Over verzamelfacturen…
“Op termijn is het de bedoeling dat iedereen dat zal kunnen doen. Niet alleen de tolken, ook de andere groepen. De tolken mogen dat vanaf nu doen (nvdr: op de sites van de proefprojecten) om twee redenen. Ze zijn een zeer goed testpubliek omdat ze atypisch zijn, vergeleken met andere dienstverleners. De meeste mensen die in het gerechtsgebouw komen, hebben één opdracht. Zij hebben een zekere tijd om dat te doen. Vertalers bijvoorbeeld hebben goed omlijnde opdrachten. Tolken hebben een specifiek karakter omdat zij zeer gewoon zijn om elke dag van het ene naar het andere te lopen. Met een beetje geluk in hetzelfde gerechtsgebouw, en in het andere geval over het hele land. Dat geeft heel veel kostenstaten. Normaal moet je er één maken per prestatie. Jullie willen uiteraard niet dat dat blijft duren. Wij ook niet. Vandaar dat de tolken als eerste die uitzondering krijgen om te mogen groeperen op een verzamelstaat. En bovendien omdat ze niet meer verplicht zouden zijn om de kostenstaat in te dienen op de plaats waar ze de opdracht gekregen hebben. De tolken mogen dat doen op het bureau van hun eigen arrondissement.”

Over facturen die voor één eurocent worden betwist…
“Ook wij vinden dat dat uiteindelijk veel meer kost dan die twee eurocent. Daarom heeft de overheid de moedige beslissing genomen om te zeggen dat ze zich daar niet meer mee zou bezig houden. Maar dan duikt de volgende vraag op: vijf cent, tien cent… Waar leggen we de grens? We zullen ze ooit ergens moeten trekken, maar de ervaring zal uitwijzen waar.”

Besluit…
“Ik probeer met de middelen die ik heb, beslissingen te nemen die voor iedereen dezelfde zijn. Ik probeer de zaken beter te laten uitzien dan dat ze waren. En dat lukt stilletjes aan. Sommige dingen zullen sneller gaan dan jullie denken. Voor andere dingen zal het langer duren.” 

U tolkt voor de dienst Voogdij? Let op: de reiskosten worden beperkt

De dienst Voogdij doet een beroep op u als tolk en u woont op meer dan 100 km van de plaats waar u moet werken? De dienst betaalt u de ‘extra’ kilometers niet.
 
We citeren de dienst Voogdij:
“Naar analogie van het koninklijk besluit van 22 december 2016 tot vaststelling van het tarief voor prestaties van vertalers en tolken in strafzaken op vordering van de gerechtelijke overheden, inzonderheid artikel 4: “de vorderende overheid roept de tolk op die zich zo dicht mogelijk bij de te leveren prestatie bevindt”, wil de dienst Voogdij een limiet invoeren voor de verplaatsingskosten van de tolken. Wij informeren u dat wij opteren om een bovengrens van 200 km heen en terug toe te passen op de afstanden die u aflegt tussen twee prestaties. Die bovengrens geldt vanaf 1 september 2017.”
 
Vreemd toch dat de tolk ‘gestraft’ wordt omdat ambtenaren/voogden een tolk vragen die meer dan 100 km van de plaats van prestatie woont… Zoiets kan toch niet. Is het niet illegaal? Lextra Lingua vzw zal de nodige instanties daarover aanspreken.

DE HOOFDSTAD VAN ABSURDISTAN IS ANTWERPEN

Er was eens…
 
 
 
 
 
de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen die een beëdigd tolk vroeg dat ze haar bewijs van beëdiging zou inleveren om die beëdiging administratief in orde te brengen. De tolk in kwestie beslist haar beëdiging niet per post op te sturen. Ze vreest dat het waardevolle document zou kunnen verloren gaan en gaat het persoonlijk afgeven.  Enkele dagen later krijgt ze haar document terug per post. Op de enveloppe staat: “Onvoldoende gefrankeerd”.

BEËDIGDE VERTALING VAN GOOGLE TRANSLATE

(Het Laatste Nieuws: https://www.hln.be/de-krant/geen-tolk-google-translate-redt-rechter~a76ab3e6/)
Als de tolk niet tot bij de rechter geraakt, moet de rechter naar de tolk. Ondanks verwoede pogingen was er gisteren geen expert in het gerechtsgebouw van Brugge om de uitspraak van een Roemeense koperdief te vertalen. Maar dat was buiten de griffier gerekend. Die surfte naar Google Translate en goot het vonnis in de de gratis vertaaldienst. Seconden later wist de Roemeen dat hem zeven maanden cel en een boete van 400 euro wachtten. Even later stonden de griffier en haar computer opnieuw paraat toen een winkeldievegge na een beroerte enkel nog geschreven woorden begreep. (LSI)

To "eed" or not to "eed"

Misschien hebt u recent als beëdigd tolk op de rechtbank niet enkel vóór, maar ook na uw tolkprestatie een eed moeten afleggen…
In principe moeten beëdigd tolken niet langer een eed afleggen wanneer ze bijvoorbeeld bij een rechtszaak in de rechtbank tolken. Ze moeten slechts één keer de eed afleggen: wanneer ze in het nationaal register ingeschreven worden.
Het nationaal register is echter nog niet operationeel. De nieuwe vereisten om in het register te worden opgenomen (taalkennis, juridische kennis, deontologie…), zijn nog niet van kracht. Als je vandaag in het register zit, dan is dat omdat je al beëdigd was vóór de invoering van dat register.
Wat gedaan? De tolk de eed op zitting doen afleggen? Of niet? Het nieuwe? Of het vroegere?
In afzonderlijke omzendbrieven raden zowel de procureur-generaal in Brussel als de procureur des konings in Antwerpen aan de vroegere eed te gebruiken (Ik zweer dat ik trouw het gezegde zal vertalen, dat moet worden overgebracht aan degenen die een verschillende taal spreken). Door een ‘fout’ in de wetgeving, wordt bovendien aangeraden om op het einde van de tolkprestatie opnieuw een eed te doen afleggen (“Ik zweer dat ik mijn opdracht nauwgezet en eerlijk vervuld heb”).
Zodra de overgangsperiode van het nationaal register afgelopen is en de beëdigd tolken in het register beantwoorden aan de nieuwe eisen (taalkennis, juridische kennis, deontologie…) zullen de beëdigd tolken enkel bij hun inschrijving de eed moeten afleggen en dus niet langer bijvoorbeeld ter zitting.
Na die overgangsperiode zullen enkel de tolken die niet in het register zitten en op wie een beroep wordt gedaan bijvoorbeeld omdat er geen geregistreerde tolk voor een specifieke taal beschikbaar is, de eed nog moeten afleggen.

ONFRISSE PRAKTIJKEN

Geregeld duiken er meldingen op dat ‘Justitie’ beëdigde vertalingen uitbesteedt aan vertaalbureaus, die ze dan op hun beurt aan al dan niet beëdigde vertalers doorgeven.
Dat is onwettig en deontologisch onaanvaardbaar. Bovendien zouden er dumpingprijzen worden toegepast.
We hebben die praktijk een jaar geleden aangeklaagd. Zonder succes, omdat we geen bewijzen hadden. Hebt u bewijzen van dergelijke praktijken?
Dan ontvangen we ze graag zodat we ze kunnen melden. (info@lextra-lingua. be)
WE ZULLEN DIE INFORMATIE MELDEN OP EEN ANONIEME MANIER.
We vermelden uw naam dus NIET.
Help ons ons beroep te beschermen.

HET NATIONALE REGISTER VOOR BEËDIGD VERTALERS/TOLKEN: EEN ANTWOORD OP AL UW VRAGEN

Hoe kan ik me in het nationale register voor beëdigd vertalers/tolken inschrijven? Welke diplomas moet ik voorleggen? Wie heeft er toegang tot dat register? Wat is het verschil tussen het tijdelijke en het definitieve register? 
We dachten dat het nuttig was een stand van zaken op te maken. Daarom spraken we met de ambtenaar van de FOD Justitie die het register beheert. 
 Hieronder onze vragen met het antwoord van de ambtenaar van de FOD Justitie die het register beheert.

Kunnen BVT’s (beëdigd vertalers/tolken) die nog niet geregistreerd zijn, zich nog inschrijven in het nationaal register voor beëdigd vertalers/tolken?

Het huidige register is nog altijd voorlopig. Het definitieve register treedt pas in oktober in werking, maar er is een overgangsperiode van vijf jaar.  Registreren kan dus nog altijd. Wie overigens problemen ondervindt, kan bij de dienst Nationale registers voor gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken die het register beheert, terecht voor hulp. En wie er echt niet in slaagt om zich te registreren, kan naar de dienst komen om zich daar ter plaatse te registreren (zie gegevens contactpersonen in apart kader onderaan).
Wat is precies het verschil tussen het voorlopige en het definitieve register?
BVT’s die nu reeds voor Justitie werken, kunnen zich tijdens een overgangsperiode van vijf jaar accrediteren en worden voorlopig opgenomen in het ‘tijdelijk register’. Voor het tijdelijk register dienen de BVT’s competenties en bewijsstukken mee te geven die aantonen dat ze reeds in het verleden voor Justitie hebben gewerkt.
Toetreding tot het definitief register zal mogelijk zijn vanaf oktober 2017 en de voorwaarden om te kunnen toetreden tot dit register zijn strikter. Bij de registratie in het definitief register moeten de BVT’s aan de hand van bewijsstukken, certificaten aantonen dat ze de gevraagde expertise hebben en de talencombinaties beheersen.
Voor toetreding in het definitief register moeten ze volgende bewijsstukken voorleggen:

  • CV
  • Diploma
  • Bewijs van 2 jaar beroepservaring over een periode van 8 jaar
  • Uittreksel uit het strafregister
  • Bewijs van woonst in Europa
  • Bewijs van juridische kennis

Voor vertalers bijvoorbeeld moeten kandidaat-beëdigd vertalers kunnen bewijzen dat ze minstens twee jaar vertaalervaring hebben.
Hoeveel mensen hebben zich al ingeschreven?
Het register heeft 1250 aanvragen geregistreerd. Dat betekent niet dat 1250 mensen zich ingeschreven hebben. Een aanvraag is een handeling die je in het register doet. Als je je bijvoorbeeld eerst voor taal A registreert en een dag daarna voor taal B registreert, doe je twee aanvragen. Het register telt bijgevolg minder dan 1250 BVT’s. Overigens zullen we de griffies aanschrijven om de namen te vragen van BVT’s die op hun lijst staan, maar die zich nog niet geregistreerd hebben. Zij beschikken soms over namen die wij niet hebben. We willen een zo goed mogelijke dekking hebben, met andere woorden voldoende BVT’s voor de talencombinaties die we nodig hebben; en we willen vermijden dat er tolken/vertalers buiten het register gevraagd worden.

Welke diploma’s moeten kandidaat-BVT’s voorleggen om in het register opgenomen te worden?

Het KB over de opleidingen die vereist zijn om in het register opgenomen te worden, is nog niet van kracht. Bovendien is het register nog altijd voorlopig. Ik wil daarbij ook beklemtonen dat het ‘KB-opleidingen’ in vrijstellingen voorziet voor mensen met veel ervaring. Die vrijstelling geldt wel enkel voor de vereisten aangaande juridische kennis en tolkvaardigheden en niet voor de vereisten aangaande talen.
Sommige BVT’s, vooral beëdigd vertalers, werken niet voor de FOD Justitie. Ze vertalen bijvoorbeeld enkel burgerlijke documenten, geboorteaktes en dergelijke. Moeten ze in het register inschrijven?
Ja. De wettelijke bepalingen in dat verband zijn duidelijk. Niet enkel wie voor Justitie werkt, moet zich registreren. Ook tolken en vertalers die bijvoorbeeld voor de dienst Vreemdelingenzaken of ambassades werken, zijn in dat geval. Ze kunnen zich registreren in het voorlopige register. Nogmaals, de opleidingsvereisten zijn nog niet van kracht aangezien we in een overgangsperiode zitten. We proberen soepel te zijn, zonder kwaliteit in het gedrang te brengen.

Wat gebeurt er met hun handtekening, die ze bij een bepaalde rechtbank neergelegd hebben?

Die handtekening kan nog niet in het register worden vastgelegd. We overwegen dat in een volgende stap mogelijk te maken.

BVT’s moeten een gedragscode onderschrijven. Die code is echter niet afgestemd op het werk van die mensen, die vooral in burgerlijke zaken werken…

Dat klopt. De gedragscode is toegesneden op mensen die voor Justitie werken en meer bepaald in strafzaken diensten verlenen. Dat neemt niet weg dat we die gedragscode kunnen verfijnen en aanpassen. Ik denk daarbij ook aan de specifieke deontologische problematiek van BVT’s die tapvertalen/tolken.

Stel dat iemand zich vandaag wil laten beëdigen…

Er komt een aanvaardingscommissie die over de beëdigingen zal beslissen. Het KB daarover is in de maak, maar nog niet gepubliceerd of van kracht. De commissie is nog niet opgericht. We verwachten dat dat tegen oktober het geval zal zijn. De samenstelling van de commissie ligt nog niet vast. Naast magistraten, griffiers en een vertegenwoordiger van de dienst Nationaal Register, zal iemand van het terrein in de commissie zetelen, een wisselend lid. We overwegen om de beroepsorganisaties erbij te betrekken.

En ondertussen?

In afwachting van de installatie van de aanvaardingscommissie, worden de verzoeken tot beëdiging ‘on hold’ gezet. We maken wel een uitzondering voor zeldzame talen.

Bij wie moeten de vertalers en tolken van wie de beëdiging is goedgekeurd, de eed afleggen?

We hebben er lang over gediscussieerd. Er is overwogen om die taak aan een vertegenwoordiger van de minister van Justitie toe te vertrouwen, aangezien de minister van Justitie beslist wie er al dan niet in het register wordt opgenomen, maar uiteindelijk blijft de eedaflegging in handen van de voorzitter van het hof van beroep.

Kunnen BVT’s die geen Belgische identiteitskaart hebben, zich registreren?

We hebben nog geen oplossing gevonden voor dat soort registraties. Mensen kunnen ook  een ‘token’, een kaartje met codes, vragen en zich zo registreren, maar daarvoor moet je in het rijksregister opgenomen zijn. Voor wie het een noch het ander kan, zoeken we nog een oplossing.

De wet zegt duidelijk dat BVT’s geen opdrachten in strafzaken mogen weigeren. Je kunt toch niet verwachten dat iemand altijd klaar staat. Om dan nog maar te zwijgen over het feit dat BVT’s hun werk voor Justitie als zelfstandigen uitvoeren…

Ook daarover hebben we lang gediscussieerd. Ik denk dat die verplichting veeleer theoretisch is. Ik heb geen weet van mensen die gestraft zijn omdat ze een opdracht geweigerd hebben.

Wie heeft er vandaag toegang tot het register?

Vanaf 15 juni kan al wie bij Justitie (Rechterlijke Orde) werkt en een beveiligde internetverbinding heeft, het register inkijken en gebruiken. Bijvoorbeeld magistraten kunnen en moeten het register gebruiken. Ze moeten via het register vorderen. En als ze iemand willen vorderen die niet in het register staat, dan moeten ze die keuze verantwoorden.

En de politie?

De politie heeft nog geen toegang tot het register. Daarvoor is extra beveiliging nodig. Het contract met de dienstenleverancier is nog niet afgesloten. We verwachten dat eind 2017, begin 2018 de politie het register zal kunnen gebruiken.

En de burger?

Dat is de laatste stap in de openstelling van het register. We weten nog niet wanneer de burger het register zal kunnen inkijken. Hij zal uiteraard maar toegang hebben tot een deel van de gegevens.

Wat staat er verder op het programma?

Zoals ik al zei, stellen we het register geleidelijk aan open, voor de politie eerst en vervolgens voor de burger. In oktober wordt het register definitief. Het KB over de deontologie is gepubliceerd. Het KB over de opleidingsvereisten moet nog bijgewerkt worden aan de hand van de opmerkingen van de inspecteur van financiën, maar is zo goed als klaar. We hebben ook een typeprogramma klaar voor bijvoorbeeld de juridische opleiding, met de eisen waaraan die opleiding moet voldoen. Voorts komt er een KB dat de vereisten beschrijft voor de legitimatiekaarten voor BVT’s. We zijn ook van zins om informatievergaderingen te organiseren.


U hebt problemen om u in het register in te schrijven?

U kunt terecht bij de volgende personen:

  • Esma BENKHALED op het nummer 02/552 26 29 (Franstalig)
  • Fabienne MAYEUX op het nummer 02/552 28 56 (Franstalig)

Yvan MERTENS op het nummer 02/552 28 57 (Nederlandstalig)